Verdronken dorp

Aan de rand van de bewoonde wereld
Het dorp Etersheim is tussen het jaar 800 en 1000 ontstaan als nederzetting aan een stroompje dat uitmondde in het Almere, de verre voorloper van het IJsselmeer. De oevers van dit veenmeer lagen tientallen en soms honderden meters ten oosten van de huidige dijk.
De naam Etersheim betekende mogelijk ‘uiterste woonplaats’: een dorp aan de rand van de bewoonde wereld.

Het IJsselmeergebied in de middeleeuwen, terreinwinst van het water. Het veen aangeduid in bruin.
Situatie links rond het jaar 850, rechts rond 1500. Bron: Instituut Deltares, publicwiki

 

Het Almere wordt de Zuiderzee
Etersheim was rond 1200 een bloeiende vissers- en handelsplaats.
Maar het water bracht niet alleen welvaart, want het Almere groeide door oeverafslag gestaag in omvang.
Na een reeks zware stormvloeden kreeg het meer een open verbinding met de Noordzee.
Het zoute water drong ver het land in. Het Almere veranderde in een grote binnenzee, de Zuiderzee.
Eb en vloed hadden er nu vrij spel.

 

Kerk in de golven
Om zich tegen de Zuiderzee te beschermen, bouwden de middeleeuwse Noord-Hollanders dijken.
Door inbraken van de zee moesten die meermalen landinwaarts worden verlegd.
Zo kwam Etersheim kort na 1400 voor een deel buitendijks te liggen, inclusief de kerk en het kerkhof.
Een nieuwe kerk binnen de dijk kwam er pas twee eeuwen later, op de plek van de huidige kerk uit 1901.
Het oudste kerkje verdween geleidelijk in de golven. Samen met het al langer verlaten deel van het dorp.

‘Waeterland’. Op deze handgetekende kaart uit ca. 1530 is de kerk van Etersheim buitendijks afgebeeld.
Net als de kerken van Monnickendam, Volendam en Schardam.