Littekens in de dijk

Fiets je vanaf het kerkje van Etersheim langs de dijk naar het zuiden, dan kom je bij een opvallende bocht in de weg.
De slinger in de dijk markeert de plek van een grote doorbraak van de Zuiderzee, eeuwen terug.
Op de bodem van het Markermeer hier vlakbij, ligt het verdronken dorp Etersheim.

De bocht is maar één van de vele littekens in de oude Zuiderzeedijk.
Elke knik en hoek in het tracé is de stille getuige van een vroegere dijkbreuk.
En van soms dramatische overstromingen. Op plaatsen waar de zee naar binnen kolkte, schuurde het water diepe gaten uit.
Te diep vaak om de dijk te herstellen. Met een bocht om het kolkgat heen werd dan een nieuw stuk dijk aangelegd, een ‘inlaagdijk’.

Breek, braak en wiel
Oude kolkgaten liggen hier en daar nog achter de dijk als ronde waterpoelen.
‘Braak’ of ‘breek’ heten ze in Waterland, en in West-Friesland ‘wiel’, ‘weel’ of ‘waal’.
Iets ten noorden van Etersheim herinnert de Koogbraak aan zo’n vroeger inbraak van de Zuiderzee.

Watersnood in de polder Zeevang in 1775. Een zware storm sloeg tussen Etersheim en Warder op drie plaatsen gaten in de Zuiderzeedijk.
Gravure Noach van der Meer jr., 1775, Coll. Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief Haarlem.